Vertaling van dankzeggen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
danken, dankzeggen {ww.}
danken
dankzeggen {ww.}
dankzeggen {ww.}
ik zal danken
jij zult danken
hij/zij/het zal danken
ik zal danken
jij zult danken
hij/zij/het zal danken
» meer vervoegingen van danken
Niets te danken!
Niets te danken!
Hij zou u moeten danken.
Hij zou u moeten danken.