Vertaling van doop

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
doop [m] {zn.}
doop [m] {zn.}
doopsel [o], doop [m] {zn.}
doopsel [o]
doop [m] {zn.}
doop [m] (de ~), doopsel [o] (het ~) {zn.}
doop [m] (de ~)
doopsel [o] (het ~) {zn.}
doop [m] (de ~), inwijding [v] (de ~) {zn.}
doop [m] (de ~)
inwijding [v] (de ~) {zn.}
dopen {ww.}
dopen {ww.}

ik doop
jij doopt
hij/zij/het doopt

ik doop
jij doopt
hij/zij/het doopt
» meer vervoegingen van dopen

dopen {ww.}
dopen {ww.}

ik doop
jij doopt
hij/zij/het doopt

ik doop
jij doopt
hij/zij/het doopt
» meer vervoegingen van dopen

indopen, dopen, indompelen {ww.}
indopen
dopen
indompelen {ww.}

ik doop
jij doopt
hij/zij/het doopt

ik doop in
jij doopt in
hij/zij/het doopt in
» meer vervoegingen van indopen

dopen {ww.}
dopen {ww.}

ik doop
jij doopt
hij/zij/het doopt

ik doop
jij doopt
hij/zij/het doopt
» meer vervoegingen van dopen



Gerelateerd aan doop

doopsel - inwijding - dopen - indopen - indompelensacrament - ingebruikneming - noemen - bevochtigen - initiëren