Vertaling van export

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
uitvoer, export [m] {zn.}
uitvoer
export [m] {zn.}
De invoer was groter dan de uitvoer vorig jaar.
De invoer was groter dan de uitvoer vorig jaar.
uitvoer [m] (de ~), exporthandel, uitvoerhandel, export [m] (de ~) {ww.}
uitvoer [m] (de ~)
exporthandel
uitvoerhandel
export [m] (de ~) {ww.}


Gerelateerd aan export

uitvoer - exporthandel - uitvoerhandelhandel - vervoer