Vertaling van flaneren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
flaneren {ww.}
flaneren {ww.}

ik flaneer
jij flaneert
hij/zij/het flaneert

ik flaneer
jij flaneert
hij/zij/het flaneert
» meer vervoegingen van flaneren

rondhangen, slenteren, flaneren, kuieren, drentelen {ww.}
rondhangen
slenteren
flaneren
kuieren
drentelen {ww.}

ik drentel
jij drentelt
hij/zij/het drentelt

ik hang rond
jij hangt rond
hij/zij/het hangt rond
» meer vervoegingen van rondhangen



Gerelateerd aan flaneren

rondhangen - slenteren - kuieren - drentelenwandelen