Vertaling van kuieren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
rondhangen, slenteren, flaneren, kuieren, drentelen {ww.}
rondhangen
slenteren
flaneren
kuieren
drentelen {ww.}

ik drentel
jij drentelt
hij/zij/het drentelt

ik hang rond
jij hangt rond
hij/zij/het hangt rond
» meer vervoegingen van rondhangen

wandelen, vertreden, kuieren {ww.}
wandelen
vertreden
kuieren {ww.}

ik kuier
jij kuiert
hij/zij/het kuiert

ik wandel
jij wandelt
hij/zij/het wandelt
» meer vervoegingen van wandelen

Hij ging wandelen.
Hij ging wandelen.
Wil je echt wandelen?
Wil je echt wandelen?


Gerelateerd aan kuieren

rondhangen - slenteren - flaneren - drentelen - wandelen - vertredengaan