Vertaling van foefelen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
knoeien, foefelen, foezelen, sjoemelen {ww.}
knoeien
foefelen
foezelen
sjoemelen {ww.}
foefelen
foezelen
sjoemelen {ww.}
ik foefel
jij foefelt
hij/zij/het foefelt
ik knoei
jij knoeit
hij/zij/het knoeit
» meer vervoegingen van knoeien