Vertaling van sjoemelen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
knoeien, foefelen, foezelen, sjoemelen {ww.}
knoeien
foefelen
foezelen
sjoemelen {ww.}

ik foefel
jij foefelt
hij/zij/het foefelt

ik knoei
jij knoeit
hij/zij/het knoeit
» meer vervoegingen van knoeien



Gerelateerd aan sjoemelen

knoeien - foefelen - foezelenbedriegen