Vertaling van gegroet
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
dag, gegroet, hallo, hoi {tw}
dag
gegroet
hallo
hoi {tw}
gegroet
hallo
hoi {tw}
groeten, begroeten {ww.}
groeten
begroeten {ww.}
begroeten {ww.}
ik heb begroet
jij hebt begroet
hij/zij/het heeft begroet
ik heb gegroet
jij hebt gegroet
hij/zij/het heeft gegroet
» meer vervoegingen van groeten
Doe de groeten aan Judy.
Doe de groeten aan Judy.
Doe haar de groeten van me.
Doe haar de groeten van me.
groeten {ww.}
groeten {ww.}
ik heb gegroet
jij hebt gegroet
hij/zij/het heeft gegroet
ik heb gegroet
jij hebt gegroet
hij/zij/het heeft gegroet
» meer vervoegingen van groeten
Doe de groeten aan mevrouw Andreescu!
Doe de groeten aan mevrouw Andreescu!
Doe je ouders de groeten van me.
Doe je ouders de groeten van me.
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Lezer gegroet
Lezer gegroet
Gegroet broeder, en vaarwel
Gegroet broeder, en vaarwel
Gisteren heb ik je zoon ontmoet en hij heeft me beleefd gegroet.
Gisteren heb ik je zoon ontmoet en hij heeft me beleefd gegroet.