Vertaling van gemeenzaam
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
gemeenzaam {bw.}
gemeenzaam {bw.}
eenvoudig, gemeenzaam, gemoedelijk, zonder plichtplegingen {bn.}
eenvoudig
gemeenzaam
gemoedelijk
zonder plichtplegingen {bn.}
gemeenzaam
gemoedelijk
zonder plichtplegingen {bn.}
familiaar, gemeenzaam, vertrouwd, vertrouwelijk {bn.}
familiaar
gemeenzaam
vertrouwd
vertrouwelijk {bn.}
gemeenzaam
vertrouwd
vertrouwelijk {bn.}
zonder omhaal van woorden, gemeenzaam {bw.}
zonder omhaal van woorden
gemeenzaam {bw.}
gemeenzaam {bw.}
informeel, familiaar, familiair, gemeenzaam {bn.}
informeel
familiaar
familiair
gemeenzaam {bn.}
familiaar
familiair
gemeenzaam {bn.}