Vertaling van eenvoudig
gemeenzaam
gemoedelijk
zonder plichtplegingen {bn.}
enkelvoudig
simpel {bn.}
zuinig {bn.}
eenvoudigweg
zonder meer {bw.}
naïef
ongekunsteld {bn.}
eenvoudig van geest {bn.}
Voorbeelden in zinsverband
Hij leefde een eenvoudig leven.
Hij leefde een eenvoudig leven.
Deze opgave is te eenvoudig.
Deze opgave is te eenvoudig.
Is het antwoord niet eenvoudig?
Is het antwoord niet eenvoudig?
De tweede les is zeer eenvoudig.
De tweede les is zeer eenvoudig.
Zij zijn tevreden met een eenvoudig leven.
Zij zijn tevreden met een eenvoudig leven.
De syntaxis van Python scripts is erg eenvoudig.
De syntaxis van Python scripts is erg eenvoudig.
Behalve dan dat het hier niet zo eenvoudig is.
Behalve dan dat het hier niet zo eenvoudig is.
Dit kind loste het gecompliceerde mathematische probleem eenvoudig op.
Dit kind loste het gecompliceerde mathematische probleem eenvoudig op.
Engels is niet eenvoudig, maar het is interessant.
Engels is niet eenvoudig, maar het is interessant.
Ik kan haar dat nu niet zeggen. Dat is niet zo eenvoudig meer.
Ik kan haar dat nu niet zeggen. Dat is niet zo eenvoudig meer.
"Wat bedoel je?" vroeg Dima, maar liet een boer, want als hij stil zou blijven, zou deze zin te eenvoudig zijn.
"Wat bedoel je?" vroeg Dima, maar liet een boer, want als hij stil zou blijven, zou deze zin te eenvoudig zijn.