Vertaling van goedendagzeggen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
goedendagzeggen {ww.}
goedendagzeggen {ww.}
ik zal goedendagzeggen
jij zult goedendagzeggen
hij/zij/het zal goedendagzeggen
ik zal goedendagzeggen
jij zult goedendagzeggen
hij/zij/het zal goedendagzeggen
» meer vervoegingen van goedendagzeggen