Vertaling van gouvernement

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
gouvernement {zn.}
gouvernement {zn.}
gouvernement {zn.}
gouvernement {zn.}
regering [v], overheid [v], gouvernement {zn.}
regering [v]
overheid [v]
gouvernement {zn.}
De Britse regering was kwaad.
De Britse regering was kwaad.
De huidige regering heeft veel problemen.
De huidige regering heeft veel problemen.
regering [v] (de ~), gouvernement, bestuur [o] (het ~) {zn.}
regering [v] (de ~)
gouvernement
bestuur [o] (het ~) {zn.}
Ze hebben een nieuwe regering opgericht.
Ze hebben een nieuwe regering opgericht.
Eindelijk luistert de regering naar het volk.
Eindelijk luistert de regering naar het volk.


Gerelateerd aan gouvernement

regering - overheid - bestuurprovincie - leiding