Vertaling van graaf

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
Graaf {eigenn.}
Graaf {eigenn.}
graaf [m] (de ~) {zn.}
graaf [m] (de ~) {zn.}
graaf [m] (de ~) {zn.}
graaf [m] (de ~) {zn.}
graaf [m] (de ~) {zn.}
graaf [m] (de ~) {zn.}
graven, woelen, spitten {ww.}
graven
woelen
spitten {ww.}

ik graaf
jij graaft
hij/zij/het graaft

ik graaf
jij graaft
hij/zij/het graaft
» meer vervoegingen van graven

Op een mooie lentedag, toen Jan in de zandbak in de achtertuin aan het graven was, vond hij een klein doosje. In het doosje zat een blinkende stiletto met een geheimzinnig…
Op een mooie lentedag, toen Jan in de zandbak in de achtertuin aan het graven was, vond hij een klein doosje. In het doosje zat een blinkende stiletto met een geheimzinnig…
graven, delven {ww.}
graven
delven {ww.}

ik delf
jij delft
hij/zij/het delft

ik graaf
jij graaft
hij/zij/het graaft
» meer vervoegingen van graven



Gerelateerd aan graaf

Graaf - graven - woelen - spitten - delvenedelman - weghalen