Vertaling van haas

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
haas [m], lendestuk {zn.}
haas [m]
lendestuk {zn.}
De haas bloedt aan het oor.
De haas bloedt aan het oor.
De haas stal een wortel uit de tuin.
De haas stal een wortel uit de tuin.
haas [m] {zn.}
haas [m] {zn.}
haas [m] (de ~), langoor [m] (de ~) {zn.}
haas [m] (de ~)
langoor [m] (de ~) {zn.}
haas, tempomaker, gangmaker [m] (de ~) {zn.}
haas
tempomaker
gangmaker [m] (de ~) {zn.}
haas [m] (de ~) {zn.}
haas [m] (de ~) {zn.}

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

De haas bloedt aan het oor.

De haas bloedt aan het oor.

De haas stal een wortel uit de tuin.

De haas stal een wortel uit de tuin.


Gerelateerd aan haas

lendestuk - langoor - tempomaker - gangmakerknaagdier - atleet - spier - vlees - hazekop - hazevlees - hazebloed