Vertaling van heerser

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
heerser, potentaat, machthebber {zn.}
heerser
potentaat
machthebber {zn.}
Jullie weten niet op welk uur de heerser zal komen
Jullie weten niet op welk uur de heerser zal komen
heerser, beheerser [m], gebieder [m] {zn.}
heerser
beheerser [m]
gebieder [m] {zn.}
heer [m] (de ~), heerser [m] (de ~), soeverein [m] (de ~), potentaat {zn.}
heer [m] (de ~)
heerser [m] (de ~)
soeverein [m] (de ~)
potentaat {zn.}
Glimlachend begroette ze de heer Kato.
Glimlachend begroette ze de heer Kato.
Hij is zeker weten geen heer.
Hij is zeker weten geen heer.


Gerelateerd aan heerser

potentaat - machthebber - beheerser - gebieder - heer - soevereinleider