Vertaling van hemels

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
hemels {bn.}
hemels {bn.}
hemels {bn.}
hemels {bn.}
hemel-, hemels {bn.}
hemel-
hemels {bn.}
hemels {bn.}
hemels {bn.}
hemel (mv. hemels) [m], troonhemel, draaghemel [m], baldakijn [o] {zn.}
hemel (mv. hemels) [m]
troonhemel
draaghemel [m]
baldakijn [o] {zn.}
De hemel is blauw.
De hemel is blauw.
Is de hemel blauw? Ja.
Is de hemel blauw? Ja.
hemel (mv. hemels) [m], zwerk, uitspansel, firmament [o] {zn.}
hemel (mv. hemels) [m]
zwerk
uitspansel
firmament [o] {zn.}
Sterren stralen aan de hemel.
Sterren stralen aan de hemel.
Waarom is de hemel blauw?
Waarom is de hemel blauw?
lucht [v], hemel (mv. hemels) [m] {zn.}
lucht [v]
hemel (mv. hemels) [m] {zn.}
De hemel is bezaaid met sterren.
De hemel is bezaaid met sterren.
genotvol, hemels, paradijselijk, zalig, goddelijk {bn.}
genotvol
hemels
paradijselijk
zalig
goddelijk {bn.}
hemel [m] (de ~), draaghemel {zn.}
hemel [m] (de ~)
draaghemel {zn.}
hemel (mv. hemels) [m] (de ~), paradijs [o] (het ~), hemelrijk {zn.}
hemel (mv. hemels) [m] (de ~)
paradijs [o] (het ~)
hemelrijk {zn.}
lucht [m] (de ~), hemel (mv. hemels) [m] (de ~), hoogte, firmament [o] (het ~), uitspansel [o] (het ~), luchtruim [o] (het ~), zwerk [o] (het ~), hemeldak, hemelboog, hemelblauw {zn.}
lucht [m] (de ~)
hemel (mv. hemels) [m] (de ~)
hoogte
firmament [o] (het ~)
uitspansel [o] (het ~)
luchtruim [o] (het ~)
zwerk [o] (het ~)
hemeldak
hemelboog
hemelblauw {zn.}