Vertaling van hoen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
hoen {zn.}
hoen {zn.}
kip [v], hoen {zn.}
kip [v]
hoen {zn.}
Nou, dan neem ik kip.
Nou, dan neem ik kip.
De kip heeft vier eieren gelegd.
De kip heeft vier eieren gelegd.
hoentje, hoen [o] (het ~) {zn.}
hoentje
hoen [o] (het ~) {zn.}
Een kort middagdutje en hoplakee, ik ben weer fris als een hoentje.
Een kort middagdutje en hoplakee, ik ben weer fris als een hoentje.
hoentje, hoen, patrijs [m] (de ~) {zn.}
hoentje
hoen
patrijs [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan hoen

kip - hoentje - patrijsvogel