Vertaling van ijs
ijsco
ijsje
consumptie-ijs {zn.}
consumptie-ijs {zn.}
ik ijs
jij ijst
hij/zij/het ijst
ik ijs
jij ijst
hij/zij/het ijst
» meer vervoegingen van ijzen
ijzen
gruwelen
gruwen
griezelen {ww.}
ik griezel
jij griezelt
hij/zij/het griezelt
ik huiver
jij huivert
hij/zij/het huivert
» meer vervoegingen van huiveren
Voorbeelden in zinsverband
Thee zonder ijs.
Thee zonder ijs.
Het ijs is gesmolten.
Het ijs is gesmolten.
Ze houdt van ijs.
Ze houdt van ijs.
Ik krijs om ijs.
Ik krijs om ijs.
Hij geeft niet om ijs.
Hij geeft niet om ijs.
Welke temperatuur heeft het ijs?
Welke temperatuur heeft het ijs?
IJs wordt water wanneer het smelt.
IJs wordt water wanneer het smelt.
Het ijs zal breken onder je gewicht.
Het ijs zal breken onder je gewicht.
Je mag niet te veel ijs en spaghetti eten.
Je mag niet te veel ijs en spaghetti eten.
Het ijs is dik genoeg om er op te lopen.
Het ijs is dik genoeg om er op te lopen.
De zon kwam te voorschijn en het ijs smolt.
De zon kwam te voorschijn en het ijs smolt.