Vertaling van kiep

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
kiep, sluitpost [m] (de ~), goalkeeper, goalie, doelwachter, doelman [m] (de ~), keeper [m] (de ~) {zn.}
kiep
sluitpost [m] (de ~)
goalkeeper
goalie
doelwachter
doelman [m] (de ~)
keeper [m] (de ~) {zn.}
kiepen {ww.}
kiepen {ww.}

ik kiep
jij kiept
hij/zij/het kiept

ik kiep
jij kiept
hij/zij/het kiept
» meer vervoegingen van kiepen

kiepen {ww.}
kiepen {ww.}

ik kiep
jij kiept
hij/zij/het kiept

ik kiep
jij kiept
hij/zij/het kiept
» meer vervoegingen van kiepen

kiepen {ww.}
kiepen {ww.}

ik kiep
jij kiept
hij/zij/het kiept

ik kiep
jij kiept
hij/zij/het kiept
» meer vervoegingen van kiepen



Gerelateerd aan kiep

sluitpost - goalkeeper - goalie - doelwachter - doelman - keeper - kiepenverdediger - kantelen