Vertaling van klateren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
klateren, murmelen, kabbelen {ww.}
klateren
murmelen
kabbelen {ww.}
murmelen
kabbelen {ww.}
hij/zij/het kabbelt
zij kabbelen
ik klater
hij/zij/het klatert
zij klateren
ik klater
» meer vervoegingen van klateren
klateren {ww.}
klateren {ww.}
ik klater
jij klatert
hij/zij/het klatert
ik klater
jij klatert
hij/zij/het klatert
» meer vervoegingen van klateren