Vertaling van kabbelen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
kabbelen, fluisteren {ww.}
kabbelen
fluisteren {ww.}
fluisteren {ww.}
ik fluister
jij fluistert
hij/zij/het fluistert
ik fluister
jij fluistert
hij/zij/het fluistert
» meer vervoegingen van fluisteren
klateren, murmelen, kabbelen {ww.}
klateren
murmelen
kabbelen {ww.}
murmelen
kabbelen {ww.}
hij/zij/het kabbelt
zij kabbelen
ik klater
hij/zij/het klatert
zij klateren
ik klater
» meer vervoegingen van klateren
plassen, plonzen, klapperen, klotsen, kabbelen {ww.}
plassen
plonzen
klapperen
klotsen
kabbelen {ww.}
plonzen
klapperen
klotsen
kabbelen {ww.}
hij/zij/het kabbelt
zij kabbelen
ik klapper
hij/zij/het plast
zij plassen
ik plas
» meer vervoegingen van plassen
Ik moet nodig plassen en kan geen wc vinden.
Ik moet nodig plassen en kan geen wc vinden.
Het regent dat het giet! Op straat zijn overal plassen, en het water stroomt van de daken.
Het regent dat het giet! Op straat zijn overal plassen, en het water stroomt van de daken.
kabbelen {ww.}
kabbelen {ww.}
hij/zij/het kabbelt
zij kabbelen
hij/zij/het kabbelt
zij kabbelen
» meer vervoegingen van kabbelen