Vertaling van plassen
urineren
piesen
pissen
een plas doen {ww.}
ik pies
jij piest
hij/zij/het piest
ik plas
jij plast
hij/zij/het plast
» meer vervoegingen van plassen
plonzen
klapperen
klotsen
kabbelen {ww.}
hij/zij/het kabbelt
zij kabbelen
ik klapper
hij/zij/het plast
zij plassen
ik plas
» meer vervoegingen van plassen
waden
flodderen {ww.}
ik flodder
jij floddert
hij/zij/het floddert
ik plas
jij plast
hij/zij/het plast
» meer vervoegingen van plassen
spetteren
spetten
spatten
plonzen
bespatten {ww.}
ik bespat
jij bespat
hij/zij/het bespat
ik plas
jij plast
hij/zij/het plast
» meer vervoegingen van plassen
zeiken
wateren
urineren
sassen
pissen
piesen {ww.}
ik pies
jij piest
hij/zij/het piest
ik plas
jij plast
hij/zij/het plast
» meer vervoegingen van plassen
waterplas
plas (mv. plassen) {zn.}
vijver
waterplas
plas (mv. plassen) {zn.}
waterplas {zn.}
pies
pis
zeik
plas (mv. plassen) {zn.}
plas (mv. plassen)
wereldzee {zn.}
Voorbeelden in zinsverband
Ik moet nodig plassen en kan geen wc vinden.
Ik moet nodig plassen en kan geen wc vinden.
Het regent dat het giet! Op straat zijn overal plassen, en het water stroomt van de daken.
Het regent dat het giet! Op straat zijn overal plassen, en het water stroomt van de daken.