Vertaling van klauteren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
klauteren {ww.}
klauteren {ww.}
ik klauter
jij klautert
hij/zij/het klautert
ik klauter
jij klautert
hij/zij/het klautert
» meer vervoegingen van klauteren
klimmen, klauteren {ww.}
klimmen
klauteren {ww.}
klauteren {ww.}
ik klauter
jij klautert
hij/zij/het klautert
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
» meer vervoegingen van klimmen
Apen klimmen in bomen.
Apen klimmen in bomen.
Een beer kan in een boom klimmen.
Een beer kan in een boom klimmen.