Vertaling van klimmen
klauteren {ww.}
ik klauter
jij klautert
hij/zij/het klautert
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
» meer vervoegingen van klimmen
stijgen
bestijgen
rijzen
naar boven gaan {ww.}
ik bestijg
jij bestijgt
hij/zij/het bestijgt
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
» meer vervoegingen van klimmen
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
» meer vervoegingen van klimmen
stijgen {ww.}
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
» meer vervoegingen van klimmen
stijgen {ww.}
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
» meer vervoegingen van klimmen
omhoogklimmen {ww.}
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
» meer vervoegingen van klimmen
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
ik klim
jij klimt
hij/zij/het klimt
» meer vervoegingen van klimmen
Voorbeelden in zinsverband
Apen klimmen in bomen.
Apen klimmen in bomen.
Een beer kan in een boom klimmen.
Een beer kan in een boom klimmen.
Niet op die ladder klimmen; hij is niet veilig.
Niet op die ladder klimmen; hij is niet veilig.
In een boom klimmen is voor een aap gemakkelijk.
In een boom klimmen is voor een aap gemakkelijk.