Vertaling van kleinzielig

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
bekrompen, kleinzielig {bn.}
bekrompen
kleinzielig {bn.}
klein, kleinzielig, kinderachtig {bn.}
klein
kleinzielig
kinderachtig {bn.}
dorps, huisbakken, kleinsteeds, provinciaal, enggeestig, geborneerd, kleinzielig, pietluttig {bn.}
dorps
huisbakken
kleinsteeds
provinciaal
enggeestig
geborneerd
kleinzielig
pietluttig {bn.}


Gerelateerd aan kleinzielig

bekrompen - klein - kinderachtig - dorps - huisbakken - kleinsteeds - provinciaal - enggeestig - geborneerd - pietluttigzouteloos - beperkt