Vertaling van konkelen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
konkelen, bekonkelen, intrigeren {ww.}
konkelen
bekonkelen
intrigeren {ww.}

ik bekonkel
jij bekonkelt
hij/zij/het bekonkelt

ik konkel
jij konkelt
hij/zij/het konkelt
» meer vervoegingen van konkelen

konkelen, konkelfoezen, samenspannen, komplotteren, conspireren, complotteren, samenzweren {ww.}
konkelen
konkelfoezen
samenspannen
komplotteren
conspireren
complotteren
samenzweren {ww.}

ik complotteer
jij complotteert
hij/zij/het complotteert

ik konkel
jij konkelt
hij/zij/het konkelt
» meer vervoegingen van konkelen

kletsen, konkelen, konkelfoezen, roddelen {ww.}
kletsen
konkelen
konkelfoezen
roddelen {ww.}

ik klets
jij kletst
hij/zij/het kletst

ik klets
jij kletst
hij/zij/het kletst
» meer vervoegingen van kletsen