Vertaling van laatst
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
achterste, jongstgeleden, laatst {bn.}
achterste
jongstgeleden
laatst {bn.}
jongstgeleden
laatst {bn.}
allerlaatst, uiterst, laatst {bn.}
allerlaatst
uiterst
laatst {bn.}
uiterst
laatst {bn.}
recent, laatst, vers, jong, nieuw {bn.}
recent
laatst
vers
jong
nieuw {bn.}
laatst
vers
jong
nieuw {bn.}
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Wie het laatst lacht, lacht het best.
Wie het laatst lacht, lacht het best.
Wie het laatst lacht, lacht het best.
Wie het laatst lacht, lacht het best.
Ik ben laatst van merk tandpasta gewisseld.
Ik ben laatst van merk tandpasta gewisseld.
Dit is de auto waar ik het laatst over had.
Dit is de auto waar ik het laatst over had.
Hoe lang is het geleden sinds je voor het laatst een brief van hem kreeg?
Hoe lang is het geleden sinds je voor het laatst een brief van hem kreeg?
Het is lang geleden sinds we elkaar voor het laatst zagen.
Het is lang geleden sinds we elkaar voor het laatst zagen.