Vertaling van moreel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
moreel, zedelijk, zedenkundig {bn.}
moreel
zedelijk
zedenkundig {bn.}
stemming [v], gemoedsgesteldheid, moreel, gemoedstoestand {zn.}
stemming [v]
gemoedsgesteldheid
moreel
gemoedstoestand {zn.}
Ons team was in opperbeste stemming door de overwinning.
Ons team was in opperbeste stemming door de overwinning.
moraal [m] (de ~), moreel [o] (het ~) {zn.}
moraal [m] (de ~)
moreel [o] (het ~) {zn.}
Wat ik weet over moraal, heb ik te danken aan voetbal.
Wat ik weet over moraal, heb ik te danken aan voetbal.
zedelijk, ethisch, moreel, zedenkundig {bn.}
zedelijk
ethisch
moreel
zedenkundig {bn.}


Gerelateerd aan moreel

zedelijk - zedenkundig - stemming - gemoedsgesteldheid - gemoedstoestand - moraal - ethischlichaamskracht