Vertaling van negeren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
negeren, wegcijferen, passeren, onder tafel schuiven {ww.}
negeren
wegcijferen
passeren
onder tafel schuiven {ww.}
wegcijferen
passeren
onder tafel schuiven {ww.}
ik negeer
jij negeert
hij/zij/het negeert
ik negeer
jij negeert
hij/zij/het negeert
» meer vervoegingen van negeren
Als de telefoon opnieuw gaat, wil ik hem negeren.
Als de telefoon opnieuw gaat, wil ik hem negeren.
Noch betaamt het (de dokter) het temperament van de zieke man te negeren
Noch betaamt het (de dokter) het temperament van de zieke man te negeren
negeren, pesten, nijdassen, koeioneren, judassen, jennen {ww.}
negeren
pesten
nijdassen
koeioneren
judassen
jennen {ww.}
pesten
nijdassen
koeioneren
judassen
jennen {ww.}
ik jen
jij jent
hij/zij/het jent
ik negeer
jij negeert
hij/zij/het negeert
» meer vervoegingen van negeren
negeren, opzijzetten, wegcijferen, ignoreren {ww.}
negeren
opzijzetten
wegcijferen
ignoreren {ww.}
opzijzetten
wegcijferen
ignoreren {ww.}
ik ignoreer
jij ignoreert
hij/zij/het ignoreert
ik negeer
jij negeert
hij/zij/het negeert
» meer vervoegingen van negeren
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Als de telefoon opnieuw gaat, wil ik hem negeren.
Als de telefoon opnieuw gaat, wil ik hem negeren.
Noch betaamt het (de dokter) het temperament van de zieke man te negeren
Noch betaamt het (de dokter) het temperament van de zieke man te negeren