Vertaling van niet
neen
niet {bw.}
nietje {zn.}
nieten
klampen {ww.}
ik klamp
jij klampt
hij/zij/het klampt
ik kram
jij kramt
hij/zij/het kramt
» meer vervoegingen van krammen
nieten
krammen {ww.}
ik klink
jij klinkt
hij/zij/het klinkt
ik klink
jij klinkt
hij/zij/het klinkt
» meer vervoegingen van klinken
nieten {ww.}
ik niet
jij niet
hij/zij/het niet
ik niet vast
jij niet vast
hij/zij/het niet vast
» meer vervoegingen van vastnieten
Voorbeelden in zinsverband
Waarom niet?
Waarom niet?
Niet aanraken.
Niet aanraken.
Leer niet.
Leer niet.
Waarschijnlijk niet.
Waarschijnlijk niet.
Niet vouwen.
Niet vouwen.
Niet storen.
Niet storen.
Niet aanraken.
Niet aanraken.
Wie niet waagt, wie niet wint.
Wie niet waagt, wie niet wint.
Ik wil niet spelletje niet meer spelen.
Ik wil niet spelletje niet meer spelen.
Wie niet waagt, wie niet wint.
Wie niet waagt, wie niet wint.
Het verbaast me niet.
Het verbaast me niet.
Zij rookt niet.
Zij rookt niet.
Ik kan niet zwemmen.
Ik kan niet zwemmen.
Ga niet zonder hoed.
Ga niet zonder hoed.
Ik versta muziek niet.
Ik versta muziek niet.