Vertaling van niks
niemendal
niets
niks {bw.}
niets
nihil
niks {onb. vnw.}
slampampen
slabakken
niksen
luiwammesen
luilakken
dagdieven
luieren {ww.}
ik dagdief
jij dagdieft
hij/zij/het dagdieft
ik zit stil
jij zit stil
hij/zij/het zit stil
» meer vervoegingen van stilzitten
Voorbeelden in zinsverband
Ik kan niks bedenken.
Ik kan niks bedenken.
Ik weet van niks.
Ik weet van niks.
Waarom zeg je niks?
Waarom zeg je niks?
Heb je hem niks gezegd?
Heb je hem niks gezegd?
Ik weet niks van haar.
Ik weet niks van haar.
Hij doet niks dan lachen.
Hij doet niks dan lachen.
Jij doet gewoon niks verkeerd.
Jij doet gewoon niks verkeerd.
Ik weet niks over aardappels.
Ik weet niks over aardappels.
Als je goed kijkt, zie je niks.
Als je goed kijkt, zie je niks.
Ik kan daar niks over zeggen.
Ik kan daar niks over zeggen.
Ik hoor niks door het lawaai.
Ik hoor niks door het lawaai.
Naast wat fruit heeft hij niks gegeten.
Naast wat fruit heeft hij niks gegeten.
Ik heb niks beters te doen.
Ik heb niks beters te doen.
Tom had niks om te lezen.
Tom had niks om te lezen.
Ik heb er niks mee te maken.
Ik heb er niks mee te maken.