Vertaling van obsederen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
obsederen, beklemmen {ww.}
obsederen
beklemmen {ww.}
beklemmen {ww.}
ik beklem
jij beklemt
hij/zij/het beklemt
ik obsedeer
jij obsedeert
hij/zij/het obsedeert
» meer vervoegingen van obsederen
obsederen {ww.}
obsederen {ww.}
ik obsedeer
jij obsedeert
hij/zij/het obsedeert
ik obsedeer
jij obsedeert
hij/zij/het obsedeert
» meer vervoegingen van obsederen