Vertaling van onthouden
weghouden
onttrekken
afhouden {ww.}
ik houd af
jij houdt af
hij/zij/het houdt af
ik onthoud
jij onthoudt
hij/zij/het onthoudt
» meer vervoegingen van onthouden
memoriseren {ww.}
ik memoriseer
jij memoriseert
hij/zij/het memoriseert
ik onthoud
jij onthoudt
hij/zij/het onthoudt
» meer vervoegingen van onthouden
abstineren {ww.}
ik onthoud
jij onthoudt
hij/zij/het onthoudt
ik onthoud
jij onthoudt
hij/zij/het onthoudt
» meer vervoegingen van onthouden
oppikken {ww.}
ik onthoud
jij onthoudt
hij/zij/het onthoudt
ik onthoud
jij onthoudt
hij/zij/het onthoudt
» meer vervoegingen van onthouden
afsluiten {ww.}
ik sluit af
jij sluit af
hij/zij/het sluit af
ik onthoud
jij onthoudt
hij/zij/het onthoudt
» meer vervoegingen van onthouden
Voorbeelden in zinsverband
Je moet deze zin onthouden.
Je moet deze zin onthouden.
Hij heeft moeite om namen te onthouden.
Hij heeft moeite om namen te onthouden.
Probeer zoveel als je kunt te onthouden.
Probeer zoveel als je kunt te onthouden.
Zijn naam is erg moeilijk te onthouden.
Zijn naam is erg moeilijk te onthouden.
Hij heeft het moeilijk om namen te onthouden.
Hij heeft het moeilijk om namen te onthouden.
Hij is niet goed in het onthouden van namen.
Hij is niet goed in het onthouden van namen.
Ik heb het altijd moeilijk om namen te onthouden.
Ik heb het altijd moeilijk om namen te onthouden.
Een leugenaar moet veel onthouden
Een leugenaar moet veel onthouden