Vertaling van opteren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
opmaken, opteren, opgebruiken {ww.}
opmaken
opteren
opgebruiken {ww.}
opteren
opgebruiken {ww.}
ik gebruik op
jij gebruikt op
hij/zij/het gebruikt op
ik maak op
jij maakt op
hij/zij/het maakt op
» meer vervoegingen van opmaken
Ik moet mijn haar opmaken.
Ik moet mijn haar opmaken.
kiezen, opteren, prefereren, verkiezen {ww.}
kiezen
opteren
prefereren
verkiezen {ww.}
opteren
prefereren
verkiezen {ww.}
ik kies
jij kiest
hij/zij/het kiest
ik kies
jij kiest
hij/zij/het kiest
» meer vervoegingen van kiezen
Je kon niet kiezen.
Je kon niet kiezen.
Je kon niet kiezen.
Je kon niet kiezen.