Vertaling van pijn
den
mastboom
pijnboom
denneboom {zn.}
pijn
wee {zn.}
wee
verdriet
treurnis
treurigheid
triestheid
smart
kommer
droefheid
droefenis
bedroefdheid {zn.}
pijn {zn.}
Voorbeelden in zinsverband
Waar hebt ge pijn?
Waar hebt ge pijn?
Mijn buik doet pijn.
Mijn buik doet pijn.
De pijn was ondraaglijk.
De pijn was ondraaglijk.
Waar doet het pijn?
Waar doet het pijn?
Het doet geen pijn.
Het doet geen pijn.
Mijn hart doet pijn.
Mijn hart doet pijn.
Mijn voeten doen pijn.
Mijn voeten doen pijn.
Mijn hoofd doet echt pijn.
Mijn hoofd doet echt pijn.
Doe me alsjeblieft geen pijn.
Doe me alsjeblieft geen pijn.
Mijn arm doet vreselijk pijn.
Mijn arm doet vreselijk pijn.
Ik heb pijn in de borst.
Ik heb pijn in de borst.
Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
Ik heb pijn aan mijn ogen.
Ik heb pijn aan mijn ogen.
Ik heb pijn aan mijn achterste.
Ik heb pijn aan mijn achterste.
De pijn was voor hem onverdraaglijk.
De pijn was voor hem onverdraaglijk.