Vertaling van pluggen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
pluggen {ww.}
pluggen {ww.}
ik plug
jij plugt
hij/zij/het plugt
ik plug
jij plugt
hij/zij/het plugt
» meer vervoegingen van pluggen
pluggen, populariseren {ww.}
pluggen
populariseren {ww.}
populariseren {ww.}
ik plug
jij plugt
hij/zij/het plugt
ik plug
jij plugt
hij/zij/het plugt
» meer vervoegingen van pluggen
plug {zn.}
plug {zn.}
plug {zn.}
plug {zn.}