Vertaling van plug
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
plug {zn.}
plug {zn.}
stop, stekker, tap, stopmiddel, prop, plug {zn.}
stop
stekker
tap
stopmiddel
prop
plug {zn.}
stekker
tap
stopmiddel
prop
plug {zn.}
Stop!
Stop!
Stop met praten en luister.
Stop met praten en luister.
plug {zn.}
plug {zn.}
schroef , pin, plug, spie {zn.}
schroef
pin
plug
spie {zn.}
pin
plug
spie {zn.}
pluggen {ww.}
pluggen {ww.}
ik plug
jij plugt
hij/zij/het plugt
ik plug
jij plugt
hij/zij/het plugt
» meer vervoegingen van pluggen
pluggen, populariseren {ww.}
pluggen
populariseren {ww.}
populariseren {ww.}
ik plug
jij plugt
hij/zij/het plugt
ik plug
jij plugt
hij/zij/het plugt
» meer vervoegingen van pluggen
pluggen {ww.}
pluggen {ww.}
ik plug
jij plugt
hij/zij/het plugt
ik plug
jij plugt
hij/zij/het plugt
» meer vervoegingen van pluggen