Vertaling van tap

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
tap, luns, spil [v], draaipen [v] {zn.}
tap
luns
spil [v]
draaipen [v] {zn.}
tap, pin {zn.}
tap
pin {zn.}
tap {zn.}
tap {zn.}
tap [m] (de ~) {zn.}
tap [m] (de ~) {zn.}
stop, stekker, tap, stopmiddel, prop, plug {zn.}
stop
stekker
tap
stopmiddel
prop
plug {zn.}
Stop!
Stop!
Stop met praten en luister.
Stop met praten en luister.
kraan [v], tapkraan [v], tap [m] {zn.}
kraan [v]
tapkraan [v]
tap [m] {zn.}
Ik heb een lekkende kraan.
Ik heb een lekkende kraan.
tap {zn.}
tap {zn.}
tap {zn.}
tap {zn.}
loslaten, lossen, tappen, uitlaten, vieren, weglaten {ww.}
loslaten
lossen
tappen
uitlaten
vieren
weglaten {ww.}

ik laat los
jij laat los
hij/zij/het laat los

ik laat los
jij laat los
hij/zij/het laat los
» meer vervoegingen van loslaten

ontlokken, tappen, trekken, te voorschijn trekken, uithalen {ww.}
ontlokken
tappen
trekken
te voorschijn trekken
uithalen {ww.}

ik ontlok
jij ontlokt
hij/zij/het ontlokt

ik ontlok
jij ontlokt
hij/zij/het ontlokt
» meer vervoegingen van ontlokken

overdoen, tappen, verhandelen, verkopen, vervreemden, wegdoen {ww.}
overdoen
tappen
verhandelen
verkopen
vervreemden
wegdoen {ww.}

ik doe over
jij doet over
hij/zij/het doet over

ik doe over
jij doet over
hij/zij/het doet over
» meer vervoegingen van overdoen

tapplaats, TAP, t.a.p. [m] (de ~), tap-plaats, tap {zn.}
tapplaats
TAP
t.a.p. [m] (de ~)
tap-plaats
tap {zn.}
bierpomp, tap {zn.}
bierpomp
tap {zn.}
toog [m] (de ~), bar [m] (de ~), tap [m] (de ~), tapkast [m] (de ~), buffet [o] (het ~) {zn.}
toog [m] (de ~)
bar [m] (de ~)
tap [m] (de ~)
tapkast [m] (de ~)
buffet [o] (het ~) {zn.}
Een Engelsman, een Belg en een Nederlander gaan een café binnen en nemen plaats aan de toog. Zegt de barkeeper: "Wacht even, is dit een mop of zo?"
Een Engelsman, een Belg en een Nederlander gaan een café binnen en nemen plaats aan de toog. Zegt de barkeeper: "Wacht even, is dit een mop of zo?"
tappen {ww.}
tappen {ww.}

ik tap
jij tapt
hij/zij/het tapt

ik tap
jij tapt
hij/zij/het tapt
» meer vervoegingen van tappen

tapdansen, tappen {ww.}
tapdansen
tappen {ww.}

ik tap
jij tapt
hij/zij/het tapt

ik tap
jij tapt
hij/zij/het tapt
» meer vervoegingen van tappen

tappen {ww.}
tappen {ww.}

ik tap
jij tapt
hij/zij/het tapt

ik tap
jij tapt
hij/zij/het tapt
» meer vervoegingen van tappen



Gerelateerd aan tap

luns - spil - draaipen - pin - stop - stekker - stopmiddel - prop - plug - kraan - tapkraan - loslaten - lossen - tappen - uitlatenpin - stop - eind - verbindingsstuk - arbeidsplaats - kraan - tafel - schenken - dansen - bierpomp