Vertaling van lossen
ontschepen {ww.}
ik los
jij lost
hij/zij/het lost
ik los
jij lost
hij/zij/het lost
» meer vervoegingen van lossen
uitladen
afladen {ww.}
ik laad af
jij laadt af
hij/zij/het laadt af
ik los
jij lost
hij/zij/het lost
» meer vervoegingen van lossen
ik los
jij lost
hij/zij/het lost
ik los
jij lost
hij/zij/het lost
» meer vervoegingen van lossen
vieren
weglaten
uitlaten
tappen
loslaten {ww.}
ik laat los
jij laat los
hij/zij/het laat los
ik los
jij lost
hij/zij/het lost
» meer vervoegingen van lossen
uitladen
ontladen {ww.}
ik los
jij lost
hij/zij/het lost
ik los
jij lost
hij/zij/het lost
» meer vervoegingen van lossen
uitladen
ontladen {ww.}
ik los
jij lost
hij/zij/het lost
ik los
jij lost
hij/zij/het lost
» meer vervoegingen van lossen
loslaten {ww.}
ik laat los
jij laat los
hij/zij/het laat los
ik los
jij lost
hij/zij/het lost
» meer vervoegingen van lossen
ongedwongen
vrij
vrijelijk
vrijuit {bw.}
los (mv. lossen)
mobiel
roerend {bn.}
vrij {bn.}
vrij {bn.}
slap {bn.}
lynx {zn.}
onbelemmerd
onbezet
open
vlot
vrij
vrijgesteld {bn.}
los (mv. lossen)
luchtig
mul {bn.}
afzonderlijk
bijzonder
los (mv. lossen)
apart
separaat
los van elkaar {bn.}
frank
onbevangen
los (mv. lossen)
ongedwongen
vrij
natuurlijk
ongekunsteld {bn.}
afzonderlijk
alleenstaand
onafhankelijk
separaat
los (mv. lossen)
gescheiden {bn.}
Voorbeelden in zinsverband
Ik probeerde het probleem op te lossen.
Ik probeerde het probleem op te lossen.
Hij slaagde erin het probleem op te lossen.
Hij slaagde erin het probleem op te lossen.
Ik had moeite dit probleem op te lossen.
Ik had moeite dit probleem op te lossen.
Dit is de beste manier op dat probleem op te lossen.
Dit is de beste manier op dat probleem op te lossen.
Is het gemakkelijk voor mij om dit probleem op te lossen?
Is het gemakkelijk voor mij om dit probleem op te lossen?