Vertaling van afladen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
lossen, uitladen, afladen {ww.}
lossen
uitladen
afladen {ww.}
uitladen
afladen {ww.}
ik zal afladen
ik zou afladen
jij zult afladen
ik zal lossen
ik zou lossen
jij zult lossen
» meer vervoegingen van lossen
Ik probeerde het probleem op te lossen.
Ik probeerde het probleem op te lossen.
Hij slaagde erin het probleem op te lossen.
Hij slaagde erin het probleem op te lossen.
afladen {ww.}
afladen {ww.}
ik zal afladen
ik zou afladen
jij zult afladen
ik zal afladen
ik zou afladen
jij zult afladen
» meer vervoegingen van afladen