Vertaling van uitladen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
lossen, uitladen, afladen {ww.}
lossen
uitladen
afladen {ww.}
uitladen
afladen {ww.}
ik zal afladen
ik zou afladen
jij zult afladen
ik zal lossen
ik zou lossen
jij zult lossen
» meer vervoegingen van lossen
Ik probeerde het probleem op te lossen.
Ik probeerde het probleem op te lossen.
Hij slaagde erin het probleem op te lossen.
Hij slaagde erin het probleem op te lossen.
lossen, uitladen, ontladen {ww.}
lossen
uitladen
ontladen {ww.}
uitladen
ontladen {ww.}
ik zal lossen
ik zou lossen
jij zult lossen
ik zal lossen
ik zou lossen
jij zult lossen
» meer vervoegingen van lossen
Ik had moeite dit probleem op te lossen.
Ik had moeite dit probleem op te lossen.
Dit is de beste manier op dat probleem op te lossen.
Dit is de beste manier op dat probleem op te lossen.
lossen, uitladen, ontladen {ww.}
lossen
uitladen
ontladen {ww.}
uitladen
ontladen {ww.}
ik zal lossen
ik zou lossen
jij zult lossen
ik zal lossen
ik zou lossen
jij zult lossen
» meer vervoegingen van lossen
Is het gemakkelijk voor mij om dit probleem op te lossen?
Is het gemakkelijk voor mij om dit probleem op te lossen?