Vertaling van ringelen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
ringen, ringelen {ww.}
ringen
ringelen {ww.}
ringelen {ww.}
ik ringel
jij ringelt
hij/zij/het ringelt
ik ring
jij ringt
hij/zij/het ringt
» meer vervoegingen van ringen
Ze draagt ringen aan haar oren.
Ze draagt ringen aan haar oren.