Vertaling van riskeren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
riskeren {ww.}
riskeren {ww.}
ik riskeer
jij riskeert
hij/zij/het riskeert
ik riskeer
jij riskeert
hij/zij/het riskeert
» meer vervoegingen van riskeren
wagen, risico lopen, riskeren, op het spel zetten, kans lopen {ww.}
wagen
risico lopen
riskeren
op het spel zetten
kans lopen {ww.}
risico lopen
riskeren
op het spel zetten
kans lopen {ww.}
ik riskeer
jij riskeert
hij/zij/het riskeert
ik waag
jij waagt
hij/zij/het waagt
» meer vervoegingen van wagen
Ik wil niet het risico lopen het te verliezen.
Ik wil niet het risico lopen het te verliezen.
Hij heeft een buitenlandse wagen.
Hij heeft een buitenlandse wagen.
wagen, riskeren {ww.}
wagen
riskeren {ww.}
riskeren {ww.}
ik riskeer
jij riskeert
hij/zij/het riskeert
ik waag
jij waagt
hij/zij/het waagt
» meer vervoegingen van wagen
Mijn vader en meneer Kimura hebben dezelfde wagen.
Mijn vader en meneer Kimura hebben dezelfde wagen.
Men moet het paard niet achter de wagen spannen.
Men moet het paard niet achter de wagen spannen.