Vertaling van sauzen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
sauzen, sausen {ww.}
sauzen
sausen {ww.}

ik saus
jij saust
hij/zij/het saust

ik saus
jij saust
hij/zij/het saust
» meer vervoegingen van sauzen

gieten, stortregenen, sauzen {ww.}
gieten
stortregenen
sauzen {ww.}

ik giet
jij giet
hij/zij/het giet

ik giet
jij giet
hij/zij/het giet
» meer vervoegingen van gieten

Het begon te gieten.
Het begon te gieten.
saus (mv. sauzen) [v], sop [o], jus [m] {zn.}
saus (mv. sauzen) [v]
sop [o]
jus [m] {zn.}
Honger is de beste saus.
Honger is de beste saus.
saus (mv. sauzen), smeersel {zn.}
saus (mv. sauzen)
smeersel {zn.}
saus [m] (de ~) {zn.}
saus [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan sauzen

sausen - gieten - stortregenen - saus - sop - jus - smeerselverven - mengsel - smaakmaker - voedsel