Vertaling van schamen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
schamen, generen {ww.}
schamen
generen {ww.}
generen {ww.}
ik geneer
jij geneert
hij/zij/het geneert
ik schaam
jij schaamt
hij/zij/het schaamt
» meer vervoegingen van schamen
Je hoeft je niet te schamen.
Je hoeft je niet te schamen.