Vertaling van slempen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
slempen {ww.}
slempen {ww.}
ik slemp
jij slempt
hij/zij/het slempt
ik slemp
jij slempt
hij/zij/het slempt
» meer vervoegingen van slempen
zwijnen, uitspatten, slempen, boemelen, brassen, aan de rol zijn {ww.}
zwijnen
uitspatten
slempen
boemelen
brassen
aan de rol zijn {ww.}
uitspatten
slempen
boemelen
brassen
aan de rol zijn {ww.}
ik boemel
jij boemelt
hij/zij/het boemelt
ik zwijn
jij zwijnt
hij/zij/het zwijnt
» meer vervoegingen van zwijnen