Vertaling van spirit

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
energie [v], wilskracht, veerkracht, spirit, fut [m], arbeidsvermogen [o] {zn.}
energie [v]
wilskracht
veerkracht
spirit
fut [m]
arbeidsvermogen [o] {zn.}
Koffie geeft je energie!
Koffie geeft je energie!
Ik heb geen energie vandaag.
Ik heb geen energie vandaag.
vuur [o], verve, spirit, gloed, sappigheid [v], pittigheid [v], geestdrift [v] {zn.}
vuur [o]
verve
spirit
gloed
sappigheid [v]
pittigheid [v]
geestdrift [v] {zn.}
Het vuur is uitgegaan.
Het vuur is uitgegaan.
Dood het met vuur!
Dood het met vuur!
spirit [m] (de ~) {zn.}
spirit [m] (de ~) {zn.}
instelling [v] (de ~), spirit, geesteshouding, denkwijze, denkwijs, mentaliteit [v] (de ~) {zn.}
instelling [v] (de ~)
spirit
geesteshouding
denkwijze
denkwijs
mentaliteit [v] (de ~) {zn.}