Vertaling van theater

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
theater [o], toneel [o], toneelwezen [o], schouwburg [m] {zn.}
theater [o]
toneel [o]
toneelwezen [o]
schouwburg [m] {zn.}
Wat heeft John op het toneel gezongen?
Wat heeft John op het toneel gezongen?
Ik werd zenuwachtig op het toneel.
Ik werd zenuwachtig op het toneel.
theater [o] (het ~), toneel, circus [m] (de/het ~), onnatuurlijkheid [v], toneelspel, poppenkasterij, kunstenmakerij, komediespel, komedie [v] (de ~), aanstelleritis [v] (de ~), aanstellerij [v] (de ~) {zn.}
theater [o] (het ~)
toneel
circus [m] (de/het ~)
onnatuurlijkheid [v]
toneelspel
poppenkasterij
kunstenmakerij
komediespel
komedie [v] (de ~)
aanstelleritis [v] (de ~)
aanstellerij [v] (de ~) {zn.}
Laten we elkaar ontmoeten voor het theater.
Laten we elkaar ontmoeten voor het theater.
Er was een groot publiek in het theater.
Er was een groot publiek in het theater.
theater [o] (het ~) {zn.}
theater [o] (het ~) {zn.}
Zoudt ge vanavond naar het theater willen gaan?
Zoudt ge vanavond naar het theater willen gaan?
Willen jullie naar de film of naar het theater?
Willen jullie naar de film of naar het theater?
theater [o] (het ~), toneel [o] (het ~), drama [v] (het ~), dramatiek [v] (de ~), toneelkunst [v] (de ~) {zn.}
theater [o] (het ~)
toneel [o] (het ~)
drama [v] (het ~)
dramatiek [v] (de ~)
toneelkunst [v] (de ~) {zn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Laten we elkaar ontmoeten voor het theater.

Laten we elkaar ontmoeten voor het theater.

Er was een groot publiek in het theater.

Er was een groot publiek in het theater.

Zoudt ge vanavond naar het theater willen gaan?

Zoudt ge vanavond naar het theater willen gaan?

Willen jullie naar de film of naar het theater?

Willen jullie naar de film of naar het theater?