Vertaling van tij

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
getij [o], tij [o] {zn.}
getij [o]
tij [o] {zn.}
watergetij, tij [o] (het ~) {zn.}
watergetij
tij [o] (het ~) {zn.}
getijde [o] (het ~), tij [o] (het ~) {zn.}
getijde [o] (het ~)
tij [o] (het ~) {zn.}


Gerelateerd aan tij

getij - watergetij - getijdestroming - periode