Vertaling van tijdvak

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
periode [v], tijdvak {zn.}
periode [v]
tijdvak {zn.}
Ik denk dat hij de grootste kunstenaar van de periode is.
Ik denk dat hij de grootste kunstenaar van de periode is.
tijd [m] (de ~), eeuw, tijdperk [o] (het ~), tijdvak [o] (het ~), era {zn.}
tijd [m] (de ~)
eeuw
tijdperk [o] (het ~)
tijdvak [o] (het ~)
era {zn.}
We zijn in het tijdperk van de atoomenergie.
We zijn in het tijdperk van de atoomenergie.
In het Stalinistische tijdperk werden gevangenen in concentratiekampen slaven in dienst van de staat.
In het Stalinistische tijdperk werden gevangenen in concentratiekampen slaven in dienst van de staat.


Gerelateerd aan tijdvak

periode - tijd - eeuw - tijdperk - eraperiode